Het brouwen

Water
Bier bestaat voor 95% uit water. Het is dan ook essentieel dat er schoon water van hoge kwaliteit wordt gebruikt.

Mout
De belangrijkste grondstof voor het brouwen van bier is mout. Dit is ontkiemde en vervolgens gedroogde gerst of tarwe. Doel van het moutproces is de vorming van enzymen, waardoor het meel in de korrels kan worden omgezet in suiker. Eerst worden de korrels geweekt in water, waarna ze ontkiemen. Als de wortels twee derde van de lengte van de korrels hebben, wordt het proces gestopt.

De gerst is nu omgezet in groenmout, dat wordt gedroogd (geëest) in grote ovens waarna de worteltjes verwijderd worden. Tijdens het moutproces ontstaat ook de kleur. Hoe hoger de tempratuur en hoe langer er geëest wordt, hoe donkerder de mout wordt. Bij het brouwen van pils wordt de lichtste mout gebruikt, de donkerste mout wordt gebruikt voor bijvoorbeeld stoutbier.

Hop
Hop is een smaakmaker van bier. De hars uit de vrouwelijke hopbel wordt gebruikt om de zoetheid van de gerst in evenwicht te brengen met een verfrissende bitterheid. Elke bier heeft zijn eigen hopdosering voor de smaak, het aroma, de schuimstabiliteit en de houdbaarheid.

Gist
Gist is een micro-organisme dat tijdens de gisting suikers omzet in alcohol en koolzuur. Er zijn drie types biergisting: ondergistende, bovengistende en spontane gisting. Ondergistende gisting wordt gebruikt voor de bereiding van pils en bokbier. Het bovengistende gistingsproces wordt toegepast voor onder andere witbier. Aan bier bereid met spontane vergisting wordt geen gist toegevoegd.

Een volledig natuurlijk proces
De brouwmeester van de Twentse Bierbrouwerij is een echte liefhebber. Hij houdt van bier én van zijn vak. Hij is de deskundige als het gaat om het technische proces, waarbij hij zijn vakkennis combineert met een zeer verfijnde smaak. Dit leidt tot kwaliteitsproducten en bierinnovaties waar hij ons graag van laat genieten.

Van korrel tot wort
Hoe worden de Twentse bieren gebrouwen? Wij gebruiken zoals gezegd alleen water, gerstenmout, hop en gist. De gerstenmout wordt gemalen, vermengd met water en daarna opgewarmd. Geleidelijk wordt de tempratuur verhoogd, zodat het zetmeel in de gemoute gerst wordt omgezet in suikers. Nadat de vaste deeltjes eruit zijn gefilterd, blijft er wort (moutsuiker) over, dat daarna aan de kook wordt gebracht. Tijdens het koken voegt de brouwmeester hop toe. Hierdoor krijgt het bier zijn kenmerkende, bittere smaak. Voor de Twentse speciaalbieren voegt hij daar nog één of meerdere grondstoffen aan toe.

Gisten, filteren en bottelen
Na het koken van de wort volgt de gisting. Eerst moet de wort afkoelen tot 8 graden Celsius. Daarna wordt gist aan de wort toegevoegd, waardoor de suiker in alcohol en koolzuur wordt omgezet. Dit gebeurt in speciale gistingstanks, waar het bier verscheidende dagen in blijft zitten. Het jonge bier dat zo ontstaat, laten we afkoelen tot het vriespunt om het in lager tanks rustig te laten nagisten. Door deze opslag verbeteren de smaak en de helderheid van het bier. Bovendien blijft het bier langer houdbaar. Tot slot gaat onze brouwmeester filtreren, waarna het heldere, lichte bier van hoge kwaliteit wordt afgevuld in flessen of fusten.